Tijdens de Korte Officiersopleiding doe je in anderhalf jaar tijd de kennis en vaardigheden op die je nodig hebt voor je eerste functie in de rang van luitenant. Je begint met de Algemene Luitenantsopleiding, die is opgebouwd uit vier delen. Het eerste deel is erop gericht om je militair te maken, waarbij meteen ook de eerste stappen in leiderschap, training en vorming zijn geïntegreerd. Je leert onder meer schieten, exerceren, kaartlezen, militaire EHBO en je leert jezelf te beschermen tegen nucleaire, biologische en chemische strijdmiddelen. Je gaat meerdere keren op oefening in het veld. Samen met je groepsgenoten voer je onder verzwaarde omstandigheden diverse opdrachten uit.
Het tweede deel van je opleiding gaat in op commandovoering op luitenantsniveau en presentatietechniek. Tijdens het derde deel van je opleiding bestudeer je de theorie die je nodig hebt om als officier bij Defensie te kunnen functioneren. Aan bod komen onder meer militaire operaties, vredesbedrijfsvoering, regelgeving, joint optreden, vredesoperaties en irreguliere tegenstanders. De landmachtcadetten richten zich op militair landoptreden, de luchtmacht op ‘airpower’ en de marechaussee op politieoptreden. Daarnaast oriënteer je je op het defensieonderdeel waar je na je opleiding aan de slag gaat.
Je sluit de Algemene Luitenantsopleiding af met oefeningen waarbij je alles wat je geleerd hebt in de praktijk moet brengen. Hiervoor breng je onder andere een week door op een schietkamp en neem je deel aan een twee weken durende eindoefening in het buitenland.
Als je de praktijkoefeningen met goed gevolg doorloopt ben je in staat om te presteren op het niveau van luitenant. Wat rest is je Vaktechnische Opleiding. Je wordt zes maanden
ondergebracht bij een militaire opleidingsschool van de landmacht, luchtmacht of marechaussee ergens in het land. Daar doe je de specifieke vakkennis op die je nodig hebt voor je eerste luitenantsfunctie.
Na het voltooien van de opleiding ontvang je het Officiersdiploma voor de Korte Officiersopleiding.