(Auto)technisch onderhoud bij de Landmacht: Sleutelen in het groen

Sleutelen in het groen

Een tank die stilvalt is nutteloos en gevaarlijk. Vandaar dat een ploegje ervaren militaire monteurs zo’n gepantserd gevaarte binnen twintig minuten van een verse aandrijflijn voorziet. En dat presteren ze niet alleen in een goed geoutilleerde werkplaats, maar ook onder moeilijke omstandigheden in ruw terrein. Sleutelen als militair, hoe zou dat zijn? AMT nam een exclusief kijkje achter de schermen.

De Koninklijke Landmacht is actief in crisisgebieden overal ter wereld. Daar een bijdrage leveren aan vrede en veiligheid eist niet alleen de inzet van de beste mensen, maar ook van high tech materieel. Dat maakt deze groene wereld uitermate interessant voor ons autotechnici. Helaas is militaire activiteit vaak met veel geheimzinnigheid omgeven. Zo blijft een blik op de vaak imposante militaire voertuigtechniek een zeldzaamheid. Gelukkig maakt de Landmacht voor AMT een uitzondering. We mochten vrijelijk rondkijken achter de hekken van twee Landmacht-werkplaatsen. De eerste onderhoudt de voertuigen van de Pantsergenie en de tweede garandeert de mobiliteit van de commandotroepen. Dit katern biedt de gelegenheid om uitgebreid met ons mee te kijken en kennis te maken met het werk in de voertuigtechniek van de Landmacht. Mocht dat inkijkje naar meer smaken, dan komt dat goed uit. De Landmacht is namelijk op zoek naar goede autotechnici en schoolverlaters met (auto)technische affiniteit. Wie weet, sleutel je dus binnenkort in het groen. Vergeet dan niet ons op de hoogte te houden van de laatste technische ontwikkelingen!

Fascinerend materieel

De genietroepen worden wel ‘de bouwvakkers van het leger’ genoemd. Dat mag een goede vergelijking zijn, maar op één punt gaat hij mank. De genie rijdt niet met aannemersbusjes, maar met fascinerend materieel.Wel zo boeiend voor de werkplaats!

Oirschot, eind november. Kapitein Peter de Kam loopt ‘zijn’ werkplaats binnen. Die biedt ruimte aan 22 rijbanen, allemaal bezet. Op de rijbanen staat een reeks nogal uiteenlopende voertuigen. Gepantserde YPR-rupsvoertuigen, twee-, drie- en vierassige trucks, een shovel, een Fennek-verkenningsvoertuig, enkele aanhangwagens en natuurlijk diverse tanks. Opvallend genoeg ontbreekt op alle tanks een schietsysteem. In plaats van een zware loop staat bovenop een kraan of een brugleginstallatie en is voorop een dozerblad gemonteerd. Naast één tank ligt een grondboor met de diameter van een schuttersputje. “Goed gezien”, zegt De Kam. “Alle voertuigen in onze werkplaats zijn van één klant, onze enige klant, het 41e Pantsergeniebataljon. En de genie schiet niet (hooguit uit zelfverdediging), die bouwt bruggen, graaft tankgrachten, ruimt versperringen op, en inderdaad, graaft schuttersputjes.” De 13e Gemechaniseerde Brigade, waar het Pantsergeniebataljon onder valt moet binnenkort troepen leveren voor de tweede en derde aflossing in Afghanistan. En dus is De Kam’s klant zich volop aan het voorbereiden op die uitzending. Om opgewassen te zijn tegen de barre en soms ook gevaarlijke Afghaanse omstandigheden moeten militair en materieel in puike conditie zijn. Voor dat laatste zorgen Peter de Kam en zijn 75 man tellende herstelpeloton. Bruut geweld De eerste twee rijbanen zijn bezet door Leopard 1-tanks. Leopard 1? Is dat inmiddels geen bejaarde techniek? “Ook wij, bij defensie, kunnen ons geld maar één keer uitgeven. Vroeger had de Landmacht veel personeel. Tegenwoordig zijn we veel slanker en ligt de focus meer op goed materieel. Je zult deze tanks dan ook niet meer aantreffen met een schietsysteem er op. Maar voor de genie voldoen ze nog”, legt De Kam uit. Beide tanks staan binnen voor hun jaarbeurt. Sergeant 1 Jeroen Verburg en korporaal 1 Jelani Hurley houden zich met die klus bezig. Ze hebben zojuist de sensoren en de hydrauliek van de brugleginstallatie bovenop een van de Leopard’s gecontroleerd en beproefd. Die installatie komt niet alleen in verre buitenlanden van pas, maar bleek onlangs ook veel dichter bij huis prima te functioneren. Tot groot ongenoegen van de krakers in Fort Pannerden. Een ander onderdeel van het periodiek onderhoud is uitbouw van de complete motortransmissie- unit. Dat lijkt ingrijpender dan het is. Motor en transmissie zijn samengebouwd als een complete unit inclusief koeling en uitlaatsysteem en worden als een compacte doos uit de bepantsering getakeld. Dat stelt de beide militaire bedrijfsautotechnici in staat de unit te reinigen en buiten voor de werkplaats te testen op lekkage. Moet de motor daar dan niet voor draaien? Geen probleem, Verburg en Hurley leggen een ‘navelstreng’ tussen tank en motor. Die voorziet de losse unit van brandstof en verzorgt de elektrische verbinding tussen motor en tank. Vervolgens is het starten en lopen. Wow, de 830 pk V10 uit de Leopard 1- tank mag dan op leeftijd zijn, aan bruut geweld heeft hij nog niets ingeboet. Horen en zien vergaan!

Wegenwacht

De Wegenwacht Veel rustiger gaat het toe aan de andere kant van de werkplaats. Korporaal 1 Patrick Brocken werkt daar aan de jaarbeurt van een YPR-rupsvoertuig. “Normaal staat daar veertig uur voor, maar de ODB-groep heeft over dit voertuig een reeks van klachten doorgegeven.” ODB-groep? “Dat staat voor Onderhoud Diagnose Berging”, weet kapitein De Kam. “De gebruiker van een voertuig heeft een klacht, ODB bekijkt of zij die snel kunnen herstellen. Zoniet, dan gaat het voertuig naar het herstelpeloton. Je kunt de ODB-groep zien als De Wegenwacht. En net als De Wegenwacht beschikt ook de ODB-groep over zeer ervaren mensen.” De ODB-groep huist een paar honderd meter verder, op het enorme militaire terrein in Oirschot. SMOD (Sergeant-Majoor Onderhouds Diagnosticus) Dolf Massop en zijn mannen zijn zich druk aan het voorbereiden op de komende oefening. Massop: “Wij zijn altijd dicht bij de gebruiker. Organisatorisch maken wij daar ook deel van uit. Daarom horen wij ook bij het Pantsergeniebataljon en niet bij het Herstelpeloton. Gaat de genie op uitzending of oefening, dan gaan wij mee, altijd. Op dit moment treffen we de laatste voorbereidingen voor zo’n oefening. We toppen alle voertuigen op, doen een laatste check en we richten onze ‘toolset’ in.” Die toolset is een DAF-viertonner vol gereedschap en reservedelen. Die rijdende gereedschapskist moet helpen om gestrande genievoertuigen weer razendsnel mobiel te krijgen. Massop: “Snelle reparaties doen we zelf, desnoods provisorisch. Als het moet gebruiken we een panty als V-snaar of repareren we een lekkende brandstoftank met een klos hout. Gaat het langer duren, dan slepen we het voertuig af en laten we de reparatie over aan de werkplaats die het herstelpeloton ter plaatse heeft ingericht.”

High tech Fennek

Terug naar de werkplaats van het herstelpeloton. Daar staat inmiddels een Fennek binnen. Een ultramodern verkenningsvoertuig dat AMT al eens binnenstebuiten keerde (Surf naar www.AMT.nl\ Archief\ Reportage\ Overige\ Sluwe Woestijnvos, de Fennek (AMT2003 05)). Het voertuig beschikt over een systeem dat alle mogelijke gegevens over de omgeving opslaat en verzendt naar het centrale ‘Battlefield Management System’. De Fennek is voor onderhoud aan dit systeem naar de werkplaats gekomen. Kortom, dit is geen klusje voor de voertuigengroep van het Herstelpeloton, maar voor de mannen van de Electro Technisch Materieel (ETM)-groep. Ook die groep maakt deel uit van het herstelpeloton van kapitein De Kam. Aanvoerder van de ETM-groep is sergeantmajoor Herman van Lienden. Dankzij 17 jaar Landmacht-ervaring in steeds wisselende technische functies bevat zelfs de gecompliceerde elektronica van de Fennek voor hem geen geheimen meer, zodat de statijd van het kostbare voertuig tot een minimum beperkt blijft. Werken en leren Op weer een andere plaats in de werkplaats werkt korporaal 1 Ronald Swaving aan een motorkettingzaag. Die hoort tot het ‘klein geniemateriaal’. Net als de boorbreekhamers en de grondboren. Hij reinigt het apparaat, test de compressie en voorziet het van een nieuwe bougie en luchtfilter. De snelheid waarmee hij dat doet verraadt de nodige ervaring. En die heeft de voormalig VMBO-er elektra dan ook. Behalve in het klein geniematerieel is hij als geen ander thuis in de kachels en airco’s, maar ook voor een klus aan een shovel draait hij zijn hand niet om. Om nog breder te worden volgt hij op dit moment een studie hydrauliek. Omdat zijn vijfjaarscontract binnenkort afloopt heeft hij net een gesprek met kapitein De Kam achter de rug. Die deed Swaving het aanbod door te stromen naar de Koninklijke Militaire School in Weert om onderofficier te worden. Gaat Swaving daarop in? “Zeker weten!”

Oefenen voor als het spannend wordt

Commando’s werken in kleine groepjes aan gevaarlijke opdrachten in crisisgebied. Is het werk in het Herstelpeloton voor de Commando Troepen net zo spannend?

Rucphen één dag later. Het zijn voornamelijk DAF-viertonners en Mercedes-terreinwagens die de voertuigwerkplaats in Rucphen bezetten. De werkplaats maakt deel uit van het Herstelpeloton voor het Korps Commando Troepen. Kortom, hier staan voertuigen die maximaal belast worden. Rijdend door mul zand en ruw terrein hebben chassis, carrosserie en aandrijflijn het zwaar te verduren en bij stilstand klimmen militairen over de auto’s om ze te voorzien van camouflagenetten. En dat is zichtbaar. Twee van de Mercedessen krijgen een nieuwe achteras, een derde heeft een scheur in het uitlaatspruitstuk. Ook de viertonners worden niet gespaard. Montage van een nieuwe brandstofpomp, krukaskering, carterpan, koppelingsplaat of drukgroep is heel normaal bij deze toch oerdegelijke voertuigen. Daarnaast spreekt ook de hoeveelheid vervangen schokdempers, spatborden en spiegels boekdelen over de zwaarte van de inzet.

Werken aan vrede en veiligheid

“Die veelzijdigheid aan reparaties en storingen is maar één van de onderdelen die het werken bij de Landmacht zo aantrekkelijk maakt”, vindt sergeant 1 Peter Dekkers, commandant van de ploeg wielvoertuigen. Welke die andere onderdelen zijn? “Dat zijn er nogal wat: Iedere drie jaar een nieuwe functie, al heel jong veel verantwoordelijkheid en steeds maar blijven leren en studeren. Niet alleen in de techniek maar ook in militaire vaardigheden als schieten en kaartlezen. En verder: Samen sporten, samen op oefening en prima arbeidsvoorwaarden met onregelmatigheidstoeslagen en extra toeslagen tijdens missies. Daar maak je ook nog eens kennis met andere volken en culturen. En je werkt aan vrede en veiligheid. Kortom, je doet het ergens voor.” Die opsomming maakt duidelijk dat Dekkers en zijn ploeg ook regelmatig buiten de werkplaats actief zijn: “We zijn ons nu aan het voorbereiden op de oefening van volgende maand. We hebben drie viertonners met aanhanger, waarmee we een werkplaats in het veld inrichten.” De ploeg van Dekkers is dan niet alleen verantwoordelijk voor de voertuigen van de ‘eigen’ commandotroepen maar heeft ook een regiofunctie. Dat betekent dat ook voertuigen van andere eenheden met de meest uiteenlopende klachten bij de veldwerkplaats aankloppen. Kortom die werkplaats moet echt overal op voorbereid zijn. Ook op de zogenaamde ‘Battle Damage Repair’, zeg maar geïmproviseerde reparaties die een voertuig ook zonder de juiste onderdelen binnen no-time weer mobiel krijgen. En dus gaat er niet alleen een complete werkplaatsuitrusting inclusief reservedelen mee, maar krijgen ook zaken als metaalpasta, pluggen, kunststofleidingen en lijmen een plaatsje in de trucks van de herstelploeg. Niet alleen maar leuk Voor wie nu denkt: “Mwoh, zo’n beetje oefenen met de Landmacht in het veld, dat lijkt me wel wat”, heeft Dekkers nog wel een waarschuwing: “Tijdens zo’n oefening moet je je ook fysiek inspannen, je moet wachtlopen, je slaapt te weinig en dan moet je toch nog in de kou en bij slecht licht een voertuig repareren. Zo word je getest. En dat moet ook voor als het er echt op aan komt. Maar reken er wel op dat het erg zwaar kan zijn.”

 

Ploegcommandant sergeant 1 Jeroen Verburg

‘Lekker informeel’

Sergeant 1 Jeroen Verburg begon zijn militaire leven bij de Luchtmobiele Brigade. Eerst als infanterist later als technisch specialist wielvoertuigen. Daarna volgde hij de onderofficiersopleiding aan de KMS in Weert. En hij haalde de nodige vaktechnische diploma’s. Zo is hij nu bedrijfsautotechnicus, leermeester en Innovam-praktijkopleider. In zijn dagelijks werk is hij op dit moment commandant van een Leopardherstelploeg met drie monteurs. Daarnaast heeft hij natuurlijk een militaire functie: “Vroeger was dat nogal een ondergeschoven kindje”, vindt Verburg. “Het was: ‘de klant vecht en wij sleutelen. Maar als de vijand komt, zul je toch echt je steeksleutel moeten laten vallen en je geweer pakken.” Kortom ook op militair terrein neemt Verburg de zaken serieus. Als onderofficier is hij instructeur op militair gebied. Ook zaken als EHBO, schieten of een gepaste reactie bij nucleaire, biologische of chemische dreiging zijn bij hem in goede handen. Laatste vraag: Stoort Verburg zich na 12 jaar Landmacht inmiddels niet een héél klein beetje aan alle rangen en standen in het leger? “Absoluut niet, in de techniek gaat het om kennis en vaardigheden, niet om ‘drills’. Dat houdt het lekker informeel.”

Monteur korporaal 1 Patrick Brocken

‘Ik ben er wel uit’

Toen Patrick Brocken van het VMBO kwam, tekende hij voor vijf jaar Landmacht. Inmiddels is hij bedrijfsautotechnicus, heeft hij een “fantastisch halfjaar” in Bosnië achter de rug, sport hij vier uur in de week tijdens werktijd en heeft hij voor een jaar bijgetekend. Waarom een jaar? “Ik wist niet wat ik wilde, maar inmiddels ben ik daar wel uit. De afwisseling en de doorgroeimogelijkheden hebben de doorslag gegeven. Ik ga door, mijn EBAT (Eerste BedrijfsAutoTechnicus) halen en misschien wel de KMS doen en ploegcommandant worden”, overweegt de technisch vaardige korporaal 1.

Sergeant-Majoor OnderhoudsDiagnosticus Dolf Massop

‘De mooiste baan’

Terwijl een groepscommandant in de regel de rang van sergeant heeft, is de commandant van een ODBgroep (Onderhoud Diagnose Berging) een sergeant- majoor. Dat zegt iets over de eisen die aan de ‘De Wegenwacht van de Landmacht’ worden gesteld. Dolf Massop is commandant van een ODBgroep. ‘De SMOD’ wordt hij genoemd. Sergeant-Majoor OnderhoudsDiagnosticus zou immers wat lang worden. Massop geeft leiding aan enkele ervaren korporaals en twee SOD’s. U begrijpt, dat zijn Sergeant OnderhoudDiagnostici. Massop doorloopt een typische Landmachtcarrière. Hij kwam binnen als soldaat, werd korporaal, ging naar de KMS in Weert en werd ploegcommandant. Daarna werd hij commandant van een herstelgroep en moest hij als jonge sergeant al meerdere ploegen tegelijk aanvoeren. Vervolgens stapte hij over naar de ODBgroep, eerst als ‘Wegenwachter’ met de nodige technische bagage (SOD) en inmiddels als meewerkend voorman (SMOD). Massop voelt zich als een vis in het water in de ODBgroep: “Wij gaan altijd mee op oefening en zitten echt heel dicht op de gebruiker. Dus krijgen we te maken met alle mogelijke storingen: lekke banden, trillingen, lekkages, motorstoringen, verlichtingsproblemen noem maar op. En steeds maken wij de afweging: zelf herstellen of afslepen met de bergings-YPR.” En is er even geen actie dan gebruikt de ODB-groep zijn tijd voor instructie van de voertuiggebruikers. Kortom, Massop weet het zeker: “Als SMOD ben je de onderofficier met de mooiste baan en de meeste vrijheid.”

Groepscommandant ETM sergeant-majoor Herman van Lienden

‘Blijven leren, blijven ontwikkelen’

Het ultramoderne Fennekverkenningsvoertuig beschikt over een systeem dat alle mogelijke gegevens over de omgeving opslaat en verzendt naar het centrale ‘Battlefield Management System’. De Electro Technisch Materieel (ETM)-groep is verantwoordelijk voor het onderhoud aan dit en andere verbindingssystemen. Sergeant-majoor Herman van Lienden is aanvoerder van de ETM-groep. Om op die post te komen heeft hij een heel gebruikelijke weg afgelegd. De Koninklijke Militaire School in Weert, een aantal functies als ploegcommandant, de zogenaamde primaire en secundaire militaire vorming, ervaring als onderhoudsdiagnosticus en nu dus groepscommandant. En ook dat is niet het eindstation voor Van Lienden: “Blijven leren en je blijven ontwikkelen, dat is juist het leuke van de Landmacht.”

Commandant herstelpeloton kapitein Peter de Kam

Kapitein van ‘groen’ en ‘blauw’

Toen kapitein Peter de Kam eind 2005 terugkwam uit Irak kreeg hij de kans om een compleet nieuw herstelpeloton voor het 41e Pantsergeniebataljon op te zetten. En dus betrok hij begin dit jaar een lege hal op het Landmacht-terrein in Oirschot. Inmiddels, nog geen jaar later, runt hij een bloeiende werkplaats, heeft het peloton de kennis, kunde en alle faciliteiten om ook in het veld actief te zijn en bereidt een deel van zijn peloton zich voor op de eerste uitzending. Een niet geringe prestatie van de gewezen DAF-vertegenwoordiger, al vindt hij het zelf heel gewoon: “In de Landmacht wordt je goed voorbereid op zulke mega-operaties. Je krijgt al heel jong veel verantwoordelijkheid en je krijgt alle opleiding die je nodig hebt.” Zo heeft De Kam zelf op kosten van, en in de tijd van, de Landmacht de HTS werktuigbouw en de Koninklijke Militaire Academie in Breda afgerond. Samen met de reeks functies die hij sinds zijn dienstplicht in 1989 doorliep geeft hem dat voldoende bagage om zijn 75 man sterke herstelpeloton te leiden. Overigens bestaat het peloton niet louter uit militairen, maar telt het ook 12 ‘burgers’. Die combinatie van ‘blauw’ en ‘groen’ is wel zo handig, vindt De Kam: “Allereerst zorgen de burgers voor continuïteit. Als de militairen op oefening of uitzending zijn, zorgen zij voor de broodnodige restbezetting in de werkplaats. En omdat ze verder ook geen militaire verplichtingen, als sporten, schieten en het aanleren van andere militaire vaardigheden hebben, maken ze veel meer uren in de werkplaats. Dat is prima voor de productiviteit.” Toch ziet de kapitein meer uitdaging in het ‘groene’ dan in het ‘blauwe’ bestaan: “Iedere drie jaar een nieuwe functie en alsmaar blijven bijleren, daarvoor moet je echt militair zijn.”

IDA-medewerker Bert van Beem

Burger in het leger

‘Burger’ Bert van Beem werkt voor de IDA (Inspectie Diagnose Advies)- groep van adjudant Veuger. Kortom, Van Beem is een burger in een militaire organisatie. Hij doet precies hetzelfde werk als een militair bij de IDA-groep. Tenminste, in de werkplaats. Want als burger gaat Van Beem niet op oefening of uitzending. Ook het sporten onder werktijd en de andere militaire verplichtingen gaan aan hem voorbij. Op zich jammer, want Van Beem is een sportman. Hij racete vroeger op Zandvoort in de Fiat 600 Abarth-klasse. Wel profiteert de werkplaats dankzij zijn burgerstatus extra veel uren van zijn enorme technische ervaring. Goed, dan het werk bij de IDA-groep. Wordt de autotechnicus in een Landmacht-werkplaats voortdurend door een ‘IDAinspecteur’ als Van Beem op de vingers gekeken? “Nee, natuurlijk niet. Als IDAmedewerker schiet je te hulp als het echt lastig wordt. Neem de 12 auto’s die naar Afghanistan gaan. Omdat die echt als nieuw moeten zijn, hebben we de compressie gemeten. Bij een aantal auto’s bleek die te laag. De oorzaak zat in de passing van de voorkamers. Dat is mooi, maar hoe los je dat op? Typisch een klusje voor de IDA-groep. Inmiddels hebben we in samenwerking met Mercedes Benz en onze Mechanische Centrale Werkplaats (zeg maar, de Landmacht-revisiewerkplaats) een oplossing gevonden. Die wordt nu op al deze auto’s toegepast.

Ploegcommandant sergeant 1 Peter Dekkers

Loopbaan in de hoogste versnelling

Toen Peter Dekkers van de LTS (richting Autotechniek) afkwam moest hij in dienst. Die bracht hij door als wielvoertuighersteller. Hij werkte korte tijd elders om daarna met een contract van vier jaar op zak terug te keren naar de Landmacht. Daarmee begon een periode van werken en leren, die ook nu hij 41 is, nog onverminderd doorgaat. Dekkers werd BedrijfsAutoTechnicus, ging naar de KMS in Weert en werd onderofficier. Vervolgens zette de Landmacht hem in op een reeks uiteenlopende functies. Hoogtepunt: Powertechnicus op een satellietgrondstation van de NAVO. Daar was hij verantwoordelijk voor twee noodaggregaten en het klimaatbeheersingsysteem die samen de verbindingsapparatuur op een constante temperatuur moeten houden. “Mooi werk met mooie apparatuur. De aggregaten zelf worden continu elektrisch aangedreven. Valt de stroom uit dan is hun eigen kinetische energie voldoende om onmiddellijk aan te slaan en de stroomvoorziening veilig te stellen.” De kennis die Dekkers in die periode opdeed komt hem in zijn huidige functie als ploegcommandant van een herstelploeg nog regelmatig van pas: “We zijn net terug van drie weken oefening. Onze koelcontainers draaiden op aggregaten. En je begrijpt het al, die begaven het...” Een ander hoogtepunt voor Dekkers was zijn uitzending naar Bosnië: “Zo’n uitzending schept een hechte band met je collega’s. Je leert elkaar heel goed kennen. Voor het thuisfront is een half jaar een lange periode, maar voor jezelf vliegt de tijd.”

Bataljons, compagnieën, pelotons

Het ‘onderhoudsbedrijf’ van de Landmacht


 

Bij de Koninklijke Landmacht werken zo’n 33.000 mensen. Daarmee is het een van de grootste werkgevers van ons land. En net als andere grote bedrijven is ook de Landmacht opgedeeld in afdelingen en afdelinkjes. Alleen heten die geen ‘businessunits’, ‘sectoren’ of ‘dochterondernemingen’, maar ‘brigades’, ‘bataljons’ en ‘pelotons’. AMT maakt u wegwijs.

De Landmacht is opgedeeld in meerdere eenheden met ieder een eigen taak. Die eenheden heten brigades. De bekendste is de Luchtmobiele Brigade, maar daarnaast is er een Logistieke Brigade en een Gevechtssteun Brigade. En er zijn twee Gemechaniseerde Brigades. Het Korps Commando Troepen is een speciale eenheid die gezien wordt als bataljon. Laten we even inzoomen op een van die gemechaniseerde brigades, de 13e. Voor wie nu denkt: “Hè 13, er waren er toch maar twee?” Klopt, maar iedere brigade laat zijn naam voorafgaan door een cijfer dat meer met traditie en historie te maken heeft dan met simpel tellen. Laat u daar niet door afleiden! Goed, de 13e Gemechaniseerde Brigade dus. In een vorig leven diende die eenheid in de voorste NAVO-linies in Noord Duitsland. Daar moesten de soldaten en tanks van de 13e het gevaar uit het oosten zien te keren. Tegenwoordig is de 13e Brigade snel en flexibel inzetbaar in allerlei brandhaarden overal ter wereld. Om die taak aan te kunnen is de 13e Brigade opgebouwd uit een aantal grotere afdelingen, de bataljons, en een paar wat kleinere. Dat zijn compagnieën. Zo telt de 13e Brigade onder meer twee pantserinfanteriebataljons, een tankbataljon, een pantsergeniebataljon en een herstelcompagnie.

Het onderhoudsbedrijf

Het is aan die herstelcompagnie om de ‘uitrustingsstukken’ (voertuigen, schietsystemen, gereedschappen enz.) van de bataljons tiptop in orde te houden. Dat maakt de herstelcompagnie tot een waar lustoord voor de bedrijfsautotechnicus. Ga maar na, de bataljons rijden niet alleen rond met standaardauto’s als de Mercedes 290 GD en de DAF 4-tonner, maar ook met de gepantserde Patria, de uitdagende Fennek en met zware rupsvoertuigen als de YPR en de Leopard-tanks. En een onderhoudsbeurtje bij dergelijke voertuigen gaat toch net even iets verder dan olie verversen en een filtertje wisselen. Ook de herstelcompagnie is weer opgedeeld in afdelingen. Die heten herstelpelotons. “Een herstelpeloton volgt zijn bataljon”, heet het in landmachtkringen. Dat betekent dat er voor ieder bataljon uit de 13e Brigade een herstelpeloton is. Verderop in deze pagina maken we kennis met kapitein Peter de Kam. Hij geeft leiding aan het: ‘Herstelpeloton voor het 41e Pantsergeniebataljon’. De lengte van die pelotonnaam maakt meteen duidelijk waarom militairen zo graag met afkortingen werken.

De klant

De klant van kapitein De Kam’s herstelpeloton is een ‘genie’- bataljon. En de genie, dat zijn de bouwvakkers van het leger. Zij richten kampen in voor troepen of vluchtelingen en zij onderhouden de mobiliteit. Dat wil zeggen, ze bouwen bruggen, ze ruimen mijnen op en ze rekenen af met versperringen. Om dat werk te doen beschikt het Pantsergeniebataljon over sterk uiteenlopend materieel. Allereerst natuurlijk over wiel- en rupsvoertuigen, vaak voorzien van een kraan, een installatie om een brug te leggen of andere apparatuur, maar ook over radio’s, ander verbindingsmaterieel en uitrustingsstukken als aggregaten, boorbreekhamers en motorkettingzagen.

De werkplaatsorganisatie

Omdat het onderhoud aan zulke uiteenlopende voertuigen en materialen uiteenlopende kennis, apparatuur en vaardigheden eist, is het herstelpeloton opgedeeld in groepen. Zo is er één groep voor de voertuigen en een voor het Electro Technisch Materieel (ETM). Verderop in deze pagina komt Sergeant Majoor Herman van Lienden aan het woord. Hij is groepscommandant ETM en geeft leiding aan de groep die de radioapparatuur onderhoudt. Verder is er natuurlijk een productiebesturingsgroep die het werk plant en zorgt dat de benodigde onderdelen er zijn. In een ‘gewoon’ autobedrijf kennen we ook zo’n productiebesturingsgroep. Alleen heet hij daar meestal ‘receptie’. De laatste groep is de IDA-groep. Die afkorting staat voor Inspectie Diagnose Assistentie. Die groep bestaat uit zeer ervaren technici. Zij treden op als leermeesters op de werkvloer en waarborgen ondertussen de kwaliteit van het werk.

Militairen én burgers

Zijn we er daarmee wel wat de organisatie betreft? Nog niet helemaal. Want het materiaal van het Pantsergeniebataljon (‘de klant’) loopt zo sterk uiteen dat er binnen de groepen een opsplitsing in nog kleinere eenheden nodig is. Zo bestaat de Herstelgroep Motorvoertuigen uit de herstelploegen Wielvoertuigen, YPR en Leopard. Sergeant Jeroen Verburg die we verderop in deze pagina leren kennen is commandant van de Herstelploeg Leopard. Ten slotte nog dit. Binnen de Landmacht werken niet alleen militairen, maar ook ‘burgers’. Zo telt het Herstelpeloton van kapitein De Kam 75 medewerkers waarvan 12 burgers. Ook zij sleutelen aan voertuigen, plannen het onderhoud of waarborgen de kwaliteit. Zij zijn echter geen militair. Zij gaan dus niet mee op oefening en worden al helemaal niet uitgezonden naar Bosnië, Irak of Afghanistan. En dat komt goed uit. Want als het Herstelpeloton zijn klant (het Pantsergeniebataljon) volgt op zo’n uitzending of oefening, zorgen de burgers voor de benodigde minimale bezetting in de werkplaats.

 

Bron: Auto & Motor Techniek.



  
Reacties