
Een technisch specialist bij de Landmacht sleutelt aan uitdagende voertuigen, ziet een groot stuk van de wereld en leert onvoorstelbaar veel. Geweldig! Maar wat doet de technisch specialist als hij een jaartje ouder wordt, vrouw, kind en huis heeft en ietsje minder avontuur wil? Korporaal 1 Maurice zoekt zijn eigen weg. Mede mogelijk gemaakt door de Landmacht.
Maurice deed Bouwtechniek op het VMBO. Eenmaal afgestudeerd twijfelde hij of die keuze wel bij hem paste. Onder het motto: ‘eens kijken wat het inhoudt’, koos hij begin 2001 voor de Landmacht. Na vijf maanden infanterie in Oirschot ist hij genoeg: “Sporten is leuk, maar de hele dag door het bos rennen en door het zand kruipen, da’s niets voor mij”. Maurice ging terug naar de schoolbanken. Tenminste, voor één dag in de week. Op de andere vier werkte hij in een autobedrijf. In maart 2003 tekende Maurice opnieuw een contract bij de Landmacht. Nu als Assistent Autotechnicus. Maurice kwam terecht bij 310 Herstelcompagnie van de 1e Logistieke Brigade. Hij leerde sleutelen aan alle wielvoertuigen van de brigade en aan de diverse typen aggregaten. Hij haalde het diploma Bedrijfs Auto Technicus, maar ook zijn heftruckcertificaat, de rijbewijzen C en ‘E achter C’, hij volgde een bergersopleiding en de cursus Battle Damage Repair. Dus kwam Maurice nog steeds met regelmaat in bos of zand, maar dan om voertuigen te bergen of ter plekke te repareren. Dat bos of zand was lang niet altijd in Nederland. Maurice oefende in Noorwegen, Polen en heel veel in Duitsland. En hij ging twee keer op uitzending. Eén keer kort naar Bosnië, één keer vier maanden naar Kandahar.
Maurice heeft goede herinneringen aan die uitzendingen. Allereerst aan het werk: “Je doet veel grote reparaties en weinig beurtjes. En hier heb je een compleet magazijn, daar niet. Sommige onderdelen zijn er gewoon niet. Dus moet je improviseren. Dat maakt je wel creatief. Een leiding dicht je met vloeibaar rubber, een luchttank met vloeibaar metaal en heb je geen multi-V-riem bij de hand, dan gebruik je tijdelijk een broekriem”.
Ook aan de sfeer denkt Maurice met een goed gevoel terug: “Het is vaak hard werken en veel uren maken. Je bent 24 uur per dag met collega’s onder elkaar. Aan het eind van de periode zijn dat echt je kameraden geworden”. Eenmaal thuis is het weer wennen: “Vooral aan de stilte. Ik zat op Kandahar-Airfield. Dat is een logistiek knooppunt. Dus de activiteiten gaan er dag en nacht door. Het is er altijd een komen en gaan van vliegtuigen en vrachtauto’s”. En het gevaar? “Dat is minder groot voor een technisch specialist. Ik ben alleen met een Amerikaanse colonne buiten de basis geweest. Op de basis zelf zijn de risico’s klein. Af en toe is er alarm, dan ga je de bunker in”. Toch wordt ook een technisch specialist goed voorbereid op de militaire aspecten van een uitzending: “Je krijgt altijd een missiegerichte opleiding. Daarin leer je de cultuur, flora en fauna van het land kennen en je oefent scenario’s om te leren omgaan met de risico’s daar”. Fysiek is een technisch specialist altijd voorbereid op een uitzending. “We sporten twee keer in de week onder werktijd. Soms hardlopen, soms fietsen, fitness, voetbal of een ander spel, maar ook klimmen of het echte terreinwerk op de hindernisbaan. Even anderhalf uur knallen. Dat is wel lekker af en toe”. Maurice vult die twee keer aan door zelf ook nog twee keer te sporten: “Op woensdag een uur hardlopen, op vrijdag zaalvoetballen”. Kortom, de jaarlijkse conditietest is voor Maurice een makkie. Die fysieke fitheid is belangrijk, maar een technisch specialist moet toch vooral zijn vak verstaan. Ook dat zit wel goed bij Maurice. Dus wil de Landmacht graag met hem verder. De weg via de Koninklijke Militaire School (KMS) naar een leidinggevende rol in de werkplaats als Sergeant ligt voor hem open. Maar Maurice heeft andere plannen: “Ik wil graag aan personenauto’s werken. Dat is allemaal kleiner, net wat meer high tech, dat spreekt me heel erg aan”.
Tja, personenauto’s. De Landmacht heeft de Mercedes-Benz Geländewagens, maar daar houdt het op personenautogebied wel mee op. En dan is er nog iets. Maurice is kortgeleden vader geworden. Hij vraagt zich af of uitzendingen van vier maanden nog wel bij zijn huidige levensfase passen. Die vraag kan de Landmacht niet voor hem beantwoorden. Wel kan de organisatie hem maximaal ondersteunen, ongeacht de keuzes die hij maakt. Dus heeft Maurice voor twee jaar bijgetekend. In die tijd gaat hij op kosten van de Landmacht het diploma Eerste Auto Technicus halen. Voor alle duidelijkheid: niet Eerste Bedrijfs Auto Technicus (EBAT), maar EAT! Is de Landmacht een filantropische instelling? “Nee!”, zegt Maurice. “De achterliggende gedachte is simpel. Als je kan en wil biedt de Landmacht je een baan voor het leven met veel doorgroeimogelijkheden. Zeker als je technisch specialist bent, want die zijn schaars, dus die wil de Landmacht heel graag behouden. Maar als je niet kan of iets anders wil, bereiden ze je voor op een vervolgcarrière buiten de Landmacht. Mijn EAT-opleiding is onderdeel van die voorbereiding.” Maurice ziet het helemaal zitten. Hij heeft al een maand stage in een personenautobedrijf achter de rug. Als hij straks, in maart 2010, afscheid neemt van de Landmacht, heeft hij een schat aan ervaring op zak. Het kan niet missen dat die hem nog heel goed van pas gaat komen. Zowel binnen als buiten zijn werk.
Bron: Auto & Motor Techniek