
Autotechnici bij de Landmacht sleutelen niet alleen in de werkplaats. Ook in crisisgebied onder hoogspanning moeten ze topprestaties leveren. Gelukkig hoeft dat niet zonder training. AMT trainde 24 uur mee.
Een enorme explosie verstoort de ochtendrust. De klap is gehoord op een commandopost van onze eigen Koninklijke Landmacht. Helaas heeft de post visueel niets kunnen waarnemen. Niet vreemd, de omgeving is woest en bergachtig. Dus stuurt de commandant een patrouilleploeg met een Fennek-verkenningsvoertuig op pad. Net voorbij een heuvel heeft de bemanning van de Fennek zicht op de plaats des onheils. En onheil is het. Een open truck met passagiers is even voorbij een driesprong op een ‘Improvised Explosive Device’ (een huisvlijtbom) gereden. Door de klap is de truck van de weg geraakt, in de berm gereden en net niet gekanteld. Een achteropkomende personenauto is de macht over het stuur verloren. Er zijn gewonden. Enkele liggen op de grond, andere zitten bekneld in de voertuigen en weer andere lopen jammerend rond, verdwaasd en in paniek door de enorme impact van de explosie. Gevaarlijk, want vanuit de tegenoverliggende zijde klinkt geweervuur. Van weer een andere kant nadert een groepje nieuwsgierige lokale bewoners.
De situatie vraagt om actie van de Landmachtpatrouille, maar welke? De slachtoffers hebben medische hulp nodig, en snel. Maar helpen is niet zonder gevaar. In situaties als deze zijn al eerder hulpverleners omgekomen doordat tijdens de hulp een tweede explosief afging. De Landmacht-patrouille roept per radio de hulp in van een QRF, een Quick Reaction Force. Die heeft de mensen en middelen om én de omgeving te beveiligen én de slachtoffers eerste hulp en een veilige aftocht te bieden. Ondertussen vraagt de situatie om snel optreden van de patrouille. Een paar Landmacht-verkenners snellen, zo veel mogelijk onder dekking van het struikgewas, te voet naar de ongeluksplaats. Dat is een risico, maar ze nemen het willens en wetens. Er is geen andere mogelijkheid om de rondlopende slachtoffers snel buiten het geweervuur, dus aan de veilige kant van de voertuigen, te krijgen. Met de komst van de QRF komt er nog meer actie. Enkele soldaten maken een omtrekkende beweging om het geweervuur te bestrijden. Ze krijgen daarbij hulp van een YPR gepantserd rupsvoertuig dat langs de ongevalsplek gereden is. “Leermomentje”, zegt sergeant majoor Olaf. Hij wijst op de soldaten met metaaldetectors, die inmiddels de bermen langs de driesprong afstruinen. “Ze zoeken naar een kabel in de grond die een eventueel tweede explosief kan bedienen. Het gedeelte waar de YPR over reed was nog niet gecontroleerd.” Gelukkig heeft dat geen consequenties. We zijn namelijk niet in Uruzgan, Afghanistan, maar in Hohenfels, Duitsland. En we kijken niet naar de gevolgen van een terroristische aanslag, maar naar een oefening van de Alfa Compagnie van 45 Pantserinfanteriebataljon. Sergeant majoor Olaf bekijkt het tafereel van een afstandje. Hij is een van de bedenkers van de oefening. “Vergelijkbare aanslagen met een tweede explosie om hulpverleners te treffen, vinden in Afghanistan echt plaats”, legt hij uit. “Wij hebben procedures ontwikkeld om zo goed mogelijk op zulke aanslagen te reageren. Hier oefenen we om die perfect uit te voeren.” Kortom, er is niet echt een explosie geweest. De beide voertuigen zijn afgeschreven legervoertuigen. Ze zijn ’s morgens in alle vroegte op hun ongemakkelijke positie ‘geparkeerd’ door korporaal 1 Ralph en collega korporaal 1 Dennis van de Onderhoud Diagnose en Berging-groep (ODB) van de Stafcompagnie van 45 Pantserinfanteriebataljon.
Als de mannen met de metaaldetectors de omgeving vrij hebben gegeven en militaire voertuigen de drie toegangswegen naar de onheilsplek onder controle hebben, komen de ‘Zoeloe’s’, de gepantserde rupsziekenauto’s, en worden de gewonden verder verzorgd en afgevoerd. Daarna is het de beurt aan de autotechnici van de Landmacht om in actie te komen. Het is aan de ODB-groep van de Alfa Compagnie om de twee voertuigen snel en veilig op te ruimen. Terwijl Olaf kritisch toekijkt slepen de ODB-ers de personenauto naar achter, weg van zijn benarde positie tegen de truck. Met een triangel koppelen ze de auto aan hun berging-YPR vast, takelen ‘m op en voeren hem af. En de truck? Hier in de oefening laten ze hem staan. In Afghanistan zouden ze hem opruimen. Letterlijk, met een explosief. Is dat de goede beslissing? “Zou kunnen”, zegt Olaf. “Je kunt zo’n truck bergen met een YPR. Maar wellicht vond de commandant de omstandigheden voor zo’n langduriger berging te gevaarlijk. Dat zullen we straks zien bij de evaluatie.” Als de bergers vertrokken zijn, verlaten ook de militairen die hen beschermden met hun voertuigen de plaats van de aanslag, en keert de rust weer in dit stukje van het ruim 16.000 hectare grote oefenterrein bij Hohenfels in Duitsland.
Op het zelfde enorme terrein, maar dan een kilometer of 15 verderop, heeft de Herstelcompagnie van 43 Gemechaniseerde Brigade zijn tijdelijke basis ingericht. ‘43 MechBrig’ oefent twee weken in Hohenfels en heeft onder meer 32 Fenneks en 100 YPR’s bij zich. 45 Pantser infanteriebataljon maakt deel uit van die brigade en dus is ook het herstelpeloton van dat bataljon tijdens deze oefening present op de basis. De mannen van het herstelpeloton hebben een rustige middag. “Een goed teken”, vindt sergeant majoor John. Hij is commandant van de motorvoertuigengroep. “Als wij onze wiel- en rupsvoertuigen goed onderhouden zijn ze optimaal inzetbaar en hebben we hier minder werk.” Als de avond valt, wordt het toch ineens druk. SMOD (Sergeant Majoor Onderhoud Diagnose en berging) Berry heeft een YPR met lekke radiateur afgesleept uit het oefengebied. “En”, kondigt Berry aan: “Bereid je maar voor op een nachtje sleutelen, want de volgende is al onderweg. Kapotte versnellingsbak!” Kortom, werk aan de winkel voor de herstelgroep van sergeant majoor John. De radiateur van een YPR ligt boven de motor en is onder tegen het pantserdek bevestigd. Een nieuwe radiateur monteren betekent dus: dek losschroeven, eruit takelen, op bokken plaatsen, omdraaien, radiateurs uitwisselen en vervolgens alles weer inbouwen. Om de versnellingsbak uit te kunnen wisselen moet behalve het pantserdek ook de motor uit het voertuig worden getakeld. Een stevige klus. John moet er ondertussen rekening mee houden dat er gedurende de nacht nog meer werk binnen komt dat niet kan wachten. Zijn herstelgroep bestaat uit vijf ploegen. Twee herstelploegen wielvoertuigen, twee herstelploegen rupsvoertuigen en een bergingsploeg met een DAF-kraan als takelgereedschap. Die ploegen bestaan ieder uit drie man, meestal een sergeant en twee korporaals. Slim, want zo heeft de ploeg altijd twee man paraat, terwijl ieder toch acht uur rust heeft. Slaapmanagement heet dat. Helaas is de praktijk soms weerbarstiger dan de theorie. Een YPR slikt een steen in en verliest alle bladen van zijn koelventilator en er is nóg een defecte versnellingsbak. Alle hens aan dek en John springt zelf ook in. En de nachtrust? Hooguit een uurtje of twee, voor wie geluk heeft. Toch is de stemming in de herstelgroep na anderhalve week Hohenfels optimaal. “Hard werken, weinig slapen en lekker sleutelen aan mooi materieel, hier doe je het voor”, juicht de sergeant majoor.
Ook bij de buren van 11 Pantsergenieherstelpeloton wordt tot na twaalven doorgewerkt. Daarna wordt het rustig. En dat is maar goed ook, want de volgende dag, als John’s motorvoertuigengroep na een nachtje doorhalen nog op één oor ligt, vervangt de herstelploeg van commandant Steffen een tussenbak van een genie- YPR. Lijkt het maar zo, of zijn die YPR’s een beetje onbetrouwbaar? “Absoluut niet”, weet Steffen. “De YPR is een geweldig voertuig. Het ontwerp is al stokoud en de 2-takt Detroit Diesel levert eigenlijk te weinig vermogen, maar hij blijft het wel gewoon doen, zelfs in Afghanistan!” Ron, de SMOD van de Stafcompagnie, is het met hem eens: “Tijdens twee weken oefening gaat er niet veel kapot aan de YPR’s. Maar let op, de omstandigheden hier, zijn anders dan thuis. Daar heb je zand, hier een bodem van rotsen op leem. Daardoor slijten de tracks veel sneller en beschadigen stukken steen de loopvlakken van de loopwielen. Door zand kun je ook veel sneller. Doe je dat hier, dan gaat het kapot. Het zijn dan ook vooral onervaren chauffeurs die de brokken maken. Geeft niet, we oefenen om te leren.”
Thuis in Ermelo is sergeant majoor John halcommandant. Hier op oefening in Hohenfels heeft 43 Herstelcompagnie van 45 Pantserinfanteriebataljon zijn eigen basis ingericht. “Net als tijdens een uitzending”, zegt John. Hij geniet van een oefening als deze: “De afwisseling, de spanning, het groepsgevoel, prachtig! Je gelooft het misschien niet, maar als kind wilde ik al beroepsmilitair worden.” John bleef bij zijn keus. Na 4,5 jaar Landmacht ging hij naar de Koninklijke Militaire School en doorliep daarna een reeks sergeantfuncties. Zo was hij ondermeer SMOD en sergeant majoor-instructeur. Ondanks zijn strepen voelt John zich nog lang niet te goed om bij te springen als het nodig is. En het is nodig. Dus takelt John midden in de nacht een complete aandrijflijn uit een YPR.
Sergeant majoor Olaf is gestationeerd in Havelte en daar verantwoordelijk voor de opleiding van de Herstelcompagnie ter plekke. Tijdens de oefening met de bomaanslag beoordeelt hij de bergers, die de autowrakken opruimen: “Bij het bergen maak je steeds een afweging tussen snelheid en schade. Eist de veiligheid een snelle berging, dan neem je schade aan het voertuig op de koop toe. Is er tijd genoeg dan probeer je het voertuig schadevrij te bergen. In een situatie als deze is het duidelijk. Kun je snel afslepen, doen! De rest vernietigen. De personenauto is prima geborgen. De truck is een puntje voor de evaluatie.” Behalve bergen leert Olaf de mannen van de Herstelcompagnie ook snel en desnoods provisorisch te repareren in het veld: “BDR of Battle Damage Repair noemen we dat en de mogelijkheden zijn enorm. Een gat in een brandstoftank, of zelfs een gat in een luchtketel? Repareren we met vloeibaar metaal, geweldig materiaal!”
Korporaal 1 Robert is rupsmonteur in de herstelcompagnie van 45 Pantserinfanteriebataljon. Hij begon bij de Landmacht als wapenhersteller en tekende na 2,5 jaar voor maar een half jaartje bij. Dat is tegen de gewoonte van de Landmacht in, omdat het de planning van opleiding en training lastig maakt. Maar Robert twijfelde of hij wel door zou gaan bij de Landmacht. Inmiddels is hij daar wel uit: “Deels de Fennek en deels een nieuw voertuig gaan de YPR vervangen. Binnenkort ga ik de opleiding weer in om me die voertuigen eigen te maken. Ik heb voor vijf jaar bijgetekend.” En volgend jaar naar Afghanistan: “Dat wordt mijn tweede uitzending. In 2003 ben ik in Bosnië geweest. Het hoort erbij. We zijn een hele hechte groep, allemaal overgekomen uit Seedorf. En allemaal constant bezig om ons optimaal op Afghanistan voor te bereiden.”
Ron is de SMOD (Sergeant Majoor Onderhoud, Diagnose en berging) van de Stafcompagnie van 45 Pantserinfanteriebataljon. 17 jaar geleden kwam hij van de Koninklijke Militaire School en sindsdien is hij om de drie jaar in een andere Landmacht- functie actief. Daardoor heeft hij een schat aan ervaring. De Leopardtanks, de YPR’s, de wielvoertuigen en zelfs het zwaar transport binnen de Landmacht, hij kent de ins en outs van al die voertuigen. Dat maakt hem uitermate geschikt voor zijn huidige functie als ‘aanvoerder van de Wegenwacht’. Een nadeeltje van die baan: “Het papierwerk”. Ron sleutelt liever en doet dat dan ook volop hier in Hohenfels. Hij heeft net een thermostaat vervangen, nou ja, vervangen: “Het was al de vierde tijdens deze oefening, en ik had er maar twee op voorraad. Dus heb ik alles uit het thermostaathuis geknipt en het huis weer terug geplaatst. Battle Damage Repair noemen we dat.” Nu is hij te hulp geroepen bij een Mercedes- ziekenauto met vastgelopen versnellingsbak. Al diverse militaire passanten hebben getracht de bemanning, of eigenlijk bevrouwing, weer mobiel te krijgen. Tevergeefs. SMOD Ron slaagt wel. En snel. Hij kruipt onder de auto en komt er 5 seconden later weer onderuit: “Rijden maar.” Wat het probleem was: “Deze bak heeft een extern schakelsysteem. Met aparte stangen voor versnellingen 1-2, 3-4 en 5-achteruit. Bij terugschakelen worden een heel enkele keer twee stangen tegelijk bediend. Ik heb ze nu weer in de nulstand gezet.” En weg is ie weer, op naar de volgende klus...
Sergeant Steffen is ploegcommandant rupsvoertuigen van 11 Pantsergenieherstelpeloton. Met zijn ploeg vervangt hij een tussenbak van een YPR. Hij erkent dat die YPR’s oude beestjes zijn, maar bewondert de geniale eenvoud van hun techniek: “Wist je dat de YPR een amfibievoertuig is? Het is een gepantserd doosje, staal van buiten, aluminium van binnen. Dat drijft prima. En zie je die schoepjes op de rupsen? Die zorgen voor de aandrijving op het water.” Net zo enthousiast als over de YPR is Steffen over zijn collega’s: “We werken prima samen. We zijn gisteravond lekker bezig geweest tot een uur of twaalf en nu weer aan de bak. Dat lukt alleen met een goede ploeg. En wij hebben een héle goede ploeg.”
“BAT en een beetje mazzel.” Volgens korporaal 1 Ralph is dat de combinatie die je nodig hebt om bij een ODB-groep (Onderhoud, Diagnose Berging) te komen. Samen met zijn maatje korporaal 1 Dennis woont hij deze twee weken bijna in hun DAF YBZbergingsvoertuig. Bijna, want hun ODBgroep heeft zijn kamp opgeslagen in Übungsdorf, het grootste van de zes Afghaanse namaakdorpen in het Duitse oefenterrein. De autotechnici van de herstelcompagnie hebben hun basis aan de rand van het oefenterrein, dus net wat verder van de oefenende troepen. ODB-ers, zoals Ralph, met hun ‘Wegenwacht’- functie is dan ook weinig rust gegund: “We maken lange dagen. ’s Nachts wachtlopen en als je dan net in bed ligt wordt je opgetrommeld voor een klus. We zijn heel veel ’s nachts op pad. We bergen voertuigen en lossen storingen op.” Wat voor storingen? “Deze oefening zijn er opvallend veel elektrische problemen met viertonners, YPR’s en MB-terreinwagens. Bijna alles lossen we zelf op, maar een YPR met kapotte tussen- of versnellingsbak slepen we af naar de herstelcompagnie.” Hoe Ralph’s toekomst eruitziet? “Misschien eerst naar de KMS om onderofficier te worden en dan zeker naar Afghanistan in maart 2008.”
Bron: Auto & Motor Techniek.