Het leger alleen geschikt voor lompe, onvrouwelijke types? Think again, deze professionals bewijzen het tegendeel! Vier Landmacht Ladies over ‘burger’-vriendjes, shoppen en modder… Anne Broekman van Cosmopolitan interviewde:
“Ik was 23 toen ik me aanmeldde bij de landmacht. Een vriend van me zat al in dienst, en door zijn verhalen was ik enthousiast geworden. Het leek me wel wat; de afwisseling, je ziet wat van de wereld, er zijn genoeg uitdagingen, ook op sportief gebied. Destijds werkte ik als fitnessinstructrice en kapster. Mijn vader was al even verbaasd toen hij hoorde dat ik bij de landmacht wilde: ‘Wat moet jij nou in de modder?’ riep hij. Nu is mijn omgeving er wel aan gewend, eigenlijk moest mijn familie er gewoon aan wennen dat ik niet meer thuis woonde, maar op de kazerne. Toch zijn mensen vaak verbaasd als ze horen dat ik bij de Landmacht zit, ze denken dat er alleen maar zogenaamde ‘manwijven’ werken. Daar trek ik me weinig van aan, over dat soort vooroordelen maak ik gewoon grapjes.”
“Na de Algemene Militaire Opleiding koos ik voor de richting transport. Ik vervoerde passagiers en goederen met een 4-tonner-vrachtwagen. Het voordeel hiervan was dat ik veel op pad was, lekker de weg op. Sinds kort werk ik op de administratie van personeelszaken. Erg leuk, ik leer nu veel dingen die ik ook in de burgermaatschappij kan gebruiken. Grappig eigenlijk, maar we maken dus onderscheid tussen ‘gewone burgers’ en mensen in dienst. Ik noem mijn privé kleding ook burgerkleding, op het werk draag ik mijn militaire pak. Wel makkelijk, maar soms ook jammer, dan wil ik gewoon even ‘een meisje zijn’. Ik hou ook erg van shoppen, crèmepjes en poedertjes!”
“Erg zwaar vind ik mijn werk niet. Ik ben natuurlijk altijd al wel sportief geweest, dus dat scheelt. In de Landmacht moet je namelijk wel een goede conditie hebben. Verder moet je wel flexibel ingesteld zijn en kunnen omgaan met ups en downs. Het is belangrijk dat je een stabiel persoon bent. De militaire opleiding vond ik erg leuk, vooral de oefeningen. Nog steeds vind ik het heel bijzonder om op oefening te gaan. Je wordt dan met je tentje ergens in the middle of nowhere gedropt, je gezicht wordt groen geverfd, je kruipt over de grond en bent vies en moe, maar toch… Het geeft een geweldig gevoel!”
“Al op de basisschool wist ik dat ik in dienst wilde. Na de middelbare school ben ik gaan studeren aan de Koninklijke Militaire Academie. Het sporten en het avontuurlijke karakter trokken me enorm. Net als het leidinggeven - ik was vroeger al aanvoerster van het hockeyteam en klassenoudste –, dat zit gewoon in me. Als kapitein moet ik soms oudere mannen opdrachten geven. In het begin vond ik dat best moeilijk, het was even wennen. Nu gaat het gelukkig erg goed; ik heb mijn eigen stijl van leidinggeven steeds meer ontwikkeld.”
“Vaak wordt er gedacht dat je een echte kenau moet zijn om in het leger te zitten, maar dat is echt onzin. Ja, de Landmacht is nog best een mannenwereld, je moet je soms bewijzen en je woordje klaar hebben, maar dat geldt óók voor mannen. Eigenlijk is het wel fijn om veel met mannen te werken; ze zijn heel direct en eerlijk. Het lijkt me lastiger om met alleen maar vrouwen te werken! Ik vind mijn werk geweldig en ben er veel mee bezig, maar mijn privé-leven is niet minder belangrijk. Ik woon niet op de kazerne en dus kan ik ’s avonds ook vaak met vriendinnen afspreken voor een etentje of de bios. Alleen, door oefeningen en uitzendingen ben ik wat vaker van huis dan zij.”
“Voor mijn functie ben ik vooral veel bezig met plannen: voor een brigade van tweeduizend personen regel ik voedsel, brandstof, munitie en geneeskundige middelen. Ook bedenk ik met mijn team trainingen en scenario’s voor oefeningen. Nu ben ik druk met de voorbereidingen voor Afghanistan, waar ik in januari naar toe ga. Bang ben ik niet. Natuurlijk brengt die uitzending een risico met zich mee, maar dat hoort bij mijn werk. Als ik dat niet had gewild, had ik een ander beroep moeten kiezen. Daar ben ik heel nuchter in. Bovendien help je de plaatselijke bevolking en het land. Eigenlijk ben ik best een beetje idealistisch.”
“Ik zit nu zo’n zeven jaar bij de Landmacht. Eerder deed ik de Zeevaartschool, maar dat was niets voor mij. Veel te technisch en wiskundig; ik wilde juist meer actie! De keuze voor de Landmacht was vrij impulsief, ik wist echt niet wat ik kon verwachten. Gelukkig bleek het een goede beslissing te zijn. Ik ben best sportief, maar geen uitblinker. Dat hoeft ook niet, als ik maar aan mijn conditie werk. Mijn familie reageerde ook leuk, ze hadden er geen enkel probleem mee en vonden het leger wel bij me passen.”“Ik heb zes jaar bij de geneeskundige dienst gezeten. Ik bestuurde toen vrachtwagens en rupsvoertuigen. Nu ben ik de chauffeur van onze adjudant en rijd ik in een militaire terreinwagen. Erg leuk; het is druk en veelzijdig, ik verveel me nooit. Daarnaast ben ik bezig met een opleiding tot tandartsassistente, een beroep dat ik ook buiten dienst kan uitoefenen. Dat zal wel wennen zijn, om in de burgermaatschappij te werken... Je zou denken dat Defensie een logge organisatie is, maar er is juist veel mogelijk, je wordt erg vrijgelaten.”
“Mijn vriend heb ik op uitzending in Bosnië leren kennen. Hij zit ook bij de Landmacht, en dat vind ik echt een voordeel. Hij begrijpt mijn werk, hij weet wat ik doe en wat daarbij komt kijken. Vroegere ‘burger-’vriendjes van me begrepen nooit zo goed waar ik mee bezig was, en waren best jaloers. Ik moest me altijd verdedigen. Met mijn huidige vriend praat ik nooit over het werk, juist omdat ik hem niets hoef uit te leggen.”
“Aanvankelijk werkte ik bij een lenzenspeciaalzaak. Fijn werk, maar ik zocht spanning, avontuur... Iedere dag liep ik langs de Banenwinkel van de Landmacht, en ik werd steeds nieuwsgieriger. Mijn moeder zag het helemaal niet zitten: haar dochter in het leger, met een wapen, en vaak in het buitenland! Toch nam ik uiteindelijk de stap. Ik ben begonnen als soldaat, later heb ik als jeepchauffeur in Bosnië gewerkt en ik ben sergeant distributie geweest bij een team dat bruggen bouwt en mijnen legt. Genoeg afwisseling dus! Sinds twee jaar ben ik beroepenvoorlichter voor de Landmacht. Ik sta in diezelfde Banenwinkel waar ik steeds langsliep en geef informatie op scholen en beurzen. In de avonduren werk ik in mijn eigen schoonheidssalon. Juist die combinatie tussen dat stoere en het heel vrouwelijke vind ik erg leuk. Mijn moeder heeft nu trouwens geen problemen meer mijn beroepskeuze. De meeste mensen reageren positief als ze horen dat ik bij de Landmacht werk, al verwachten ze het nooit van mij. Wel raar, ik vind niet dat je er als vrouw ineens heel anders uit moet zien omdat je in het leger zit.”
“Ik ben bijna twee jaar uit dienst geweest omdat ik destijds voor een bepaalde tijd was aangenomen en ik meer vastigheid wilde. In die periode ben ik floormanager in een winkel geweest. Maar daar lag mijn hart niet, ik miste de Landmacht ontzettend. De saamhorigheid die daar heerst vind je nergens anders! Wat ik verder bijzonder aan mijn werk vind, is het leren omgaan met wapens. Ik heb nooit een aversie tegen wapens gehad, ik vind het ook helemaal niet gek om bewapend rond te lopen. En natuurlijk oefen ik alleen op schietbanen, daarbuiten heb ik nog nooit hoeven schieten.”
“Er gebeuren wel eens heftige dingen. Op uitzending in Bosnië waren een collega en ik op verkenning, en hadden niet door dat de weg steeds smaller werd. We konden niet meer keren en uiteindelijk hingen we met twee wielen boven een ravijn. De regel is dat je militair materieel nooit alleen laat, dus we hebben de nacht in die jeep boven de klif doorgebracht... Best eng, maar op dat moment dacht ik niet aan het gevaar. Ik ging het protocol af, precies zoals me geleerd is. Later besefte ik pas dat ik echt geluk heb gehad. Overigens is op uitzending gaan een unieke ervaring. Zo hebben we in Bosnië met kerst op een school cadeautjes uitgedeeld, heel bijzonder. Die kinderen waren er zo blij mee! Ik wilde graag mensen helpen op uitzending, dus ik heb er goede herinneringen aan.”
Bron: Cosmopolitan
Download hier het artikel van de Cosmopolitan